Schermafbeelding 2014-05-04 om 22.03.14

Wat is lief?

Je kunt er eindeloos tegen ouwehoeren. Ze zullen je nooit iets verwijten. Maar het allerfijnst aan dieren? Je kunt he-le-maal losgaan met projectie. Want, zegt tekenaar Paul Faassen, menselijke eigenschappen toedichten aan dieren vinden we fantastisch. En daarom heeft hij een boek vol tekeningen over dieren gemaakt.  Of beter gezegd: over de relatie tussen mens en dier, want die blijft fascineren. Zoals de hond die een jas van mensenvel aanheeft. Op de achtergrond mompelt z’n bazinnetje tegen een vriendin: ‘Niet echt hoor… printje’, op de voorgrond kijkt de hond in kwestie licht chagrijnig het beeld uit. Op twee poten, net zo menselijk als het jasje wat-ie draagt. Hij zwijgt stoïcijns.

Faassen: ‘Vinden we die beesten lief omdat ze echt lief zijn? Of omdat ze niet kunnen praten? Kijk, konijnen vind ik lieve beesten. Maar als ik er een zou hebben die zich na het knuffelen van me af draait en zachtjes ‘kale neet’ mompelt, dan zou ik denken: mormel. En ’m wellicht tot eten verwerken. Maar dat doet dat konijn niet, en daarom vinden we dat-ie lief is.’

In de zes maanden die Faassen met zijn boek Dieren zonder honger bezig was, heeft het onderwerp hem nooit verveeld. ‘Bij tekenen ligt voor mij de nadruk meer op de geestelijke bezigheid dan op het handwerk.’ Want alle tekeningen in het boek zijn begonnen met een idee. En die ideeën kwamen overal vandaan. Soms van een opgevangen gesprek (‘We gaan een weekend weg, vertelde iemand. ‘En jullie hond dan?’, vroeg de ander. ‘Oh, die vind het ook héérlijk om even alleen te zijn’, was het antwoord. Faassen: ‘Zo letterlijk worden de ideeën zelden aangedragen hoor.’) Maar hij heeft ook wetenschappelijke artikelen gelezen. ‘Wist je bijvoorbeeld dat steeds meer dieren zelfbewustzijn wordt toegedicht? Dolfijnen en eksters, maar ook walvissen. Die herkennen zichzelf in een spiegel.’

Net als in zijn eerdere werk gebruikt Faassen in Dieren zonder honger twee stijlen door elkaar: de mensen bestaan vaak uit simpele zwarte of grijze lijntekeningen, terwijl de kleur van het betrokken dier van de pagina afspat. In dit boek zijn de verschillen extra groot aangezet. ‘Ik wilde die twee werelden in één voegen, en daarbij heb ik er voor gekozen de dieren de volle glorie te geven.’ Omdat ze zielig zijn? Nou, nee. ‘Ik weet niet wie het in de rare relatie tussen mens en dier zwaarder heeft. We kijken naar onze dieren als naar mensen, hoewel we weten dat ze dat niet zijn. Ze missen dat wat mensen ergerlijk maakt, dus kunnen ze op onze onvoorwaardelijke liefde rekenen. Tegelijkertijd verwachten we wel dat ze hun afhankelijkheid van ons laten blijken, het liefst in de vorm van affectie. Uitzonderingen daargelaten. Als mens wil je iets om je liefde aan te géven, misschien nog wel meer dan dat je het wil ontvangen.’Zelf heeft Faassen geen huisdieren. ‘De kinderen zouden wel willen, maar wij zien op tegen het onderhoud. En voor je het weet ga je toch van zo’n beest houden, en er tegen praten.’

Over: Paul Faassen: Dieren zonder honger, De Harmonie, € 14,90. ISBN 9789076168791
Illustratie: Paul Faassen