parthenon

Hoe te leven? Zeven levenslessen uit de geschiedenis

Hoe te leven? Het was een vraag die Roman Krznaric zichzelf al jaren stelde, maar hoe hij de vele boekwinkels in Londen ook afstruinde, het antwoord vond hij niet. Ja, in de psychologie of in religieuze geschriften, maar er was geen enkel boek dat de lange levenservaring der mensheid even handzaam samenvatte. En dat terwijl we toch al duizenden jaren met dezelfde problemen kampen. Krznaric, ironisch: ‘It was a tragedy.’ Dus besloot de politicoloog en cultuurhistoricus dat boek maar zelf te schrijven. ‘Als je er goed over nadenkt zit de geschiedenis tenslotte vol met zelfulpauteurs. Van Aristoteles tot Bertrand Russel, allemaal denkers die probeerden de grote vragen des levens te beantwoorden.’ Zo verscheen De Wonderbox, een boek vol verrassende resultaten uit het verleden. En omdat ze wel degelijk garanties voor de toekomst bieden, hieronder een paar van de interessantste levenslessen samengevat.

1. ZOEK JE ZES WARE LIEFDES
We willen hem allemaal, maar getuige mijn zoekende, datende, even-een-break-nemende of net gescheiden vrienden en kennissen; echt vinden doen we ’m niet. Hoe komt het eigenlijk, dat we met z’n allen zoeken naar die ene perfecte persoon die ons opwindt, troost en af en toe de rekening betaalt? Nou, heel simpel, leert De Wonderbox: iemand heeft ooit het concept van ‘de ware’ bedacht, en sindsdien geloven we er allemaal in. Die iemand woonde waarschijnlijk in Perzië, zo ergens rond de vroege middeleeuwen, en verwoordde zijn idee in romantische gedichten die steeds populairder werden en via Zuid-Spanje naar Europa kwamen. Zo leerden wij, voorheen afstandelijke Europeanen, van een Tunesische erotische auteur dat ‘een vochtige kus beter is dan een gehaaste coitus’, en vanaf dat moment was er geen houden meer aan.Via de hoofse liefde, het Nederlandse ‘liefdeshuwelijk’ uit de Gouden Eeuw en Die Leiden des jungen Werthers heeft ‘de ware’ zich in ons hoofd genesteld, legt Krznaric uit, alsof het een waarheid is, in plaats van iets wat iemand ooit in een romantische bui in de woestijn bedacht. Geen wonder dat-ie zo moeilijk is te vinden.

En zelfs al lukt het je, dan heeft zo’n all-in-one geliefde nog een groot nadeel: hij kan je weer verlaten. Waarna overblijft: nul liefde. Krznaric’ tip is daarom om je te laten inspireren door de oude Grieken. Zoals de eskimo’s honderd woorden voor sneeuw hebben, zo bezaten zij niet één maar zes woorden voor het begrip liefde. Natuurlijk kenden ze allemaal eros, de doldwaze vorm van liefde die wij doorgaans als hoogst haalbaar zien maar die de Grieken vooral als onverkwikkelijke veroorzaker van gedoe bezagen. ‘Begeerte verdubbeld is liefde, liefde verdubbeld is waanzin’, sprak de wijze Prodicus al in de 5de eeuw voor Christus. Veel verhevener was philia, de diepe genegenheid tussen familie of vrienden waar de Ilias bol van staat. Verder telden ze ludus (de speelse liefde tussen kinderen of gelegenheidsminnaars), pragma (volwassen liefde en toewijding, gericht op het in stand houden van een huwelijk), agape (onzelfzuchtige liefde waarmee je een verdwaalde vreemdeling een kopje thee aanbiedt) en philauteo: eigenliefde. Wat we hieraan hebben? Simpel, zegt Krznaric: de gewaarwording dat je meer geliefden hebt dan je denkt, maakt het leven een stuk rijker. Bovendien voelt een tijdelijk tekort aan eros minder erg als je bedenkt dat er dankzij je tangolessen nog een heleboel ludus in je leven over is, en geen pragma een saai huwelijk ineens weer glans. Levensles één: vergeet het zoeken naar die ene ware liefde. Zoek naar je zes ware liefdes!

2.PAPADAG IS ZÓ 1795
Ook over de stressvolle verdeling van werk en zorg bij mensen met kinderen biedt de geschiedenis handige handvatten. Véél handvatten zelfs, ontdekte Krznaric. ‘Mijn vrouw was zwanger van onze tweeling toen ik het boek schreef ’, vertelt hij aan de telefoon, ‘dus ik dacht veel over het familieleven na. En ik was met stomheid geslagen toen ik ontdekte hoezeer vaders vóór de industriele revolutie bij de zorg van hun kind betrokken waren. It really changed my views about being a father.’ En inderdaad, zo lezen we in De Wonderbox, mannen en vrouwen deden eeuwenlang alles samen. Of het nou weven, melken, waterhalen of slaapliedjes zingen was, van gescheiden zorg was geen sprake. Uit een Engels ooggetuigenverslag uit 1795: ‘Op lange winteravonden repareert de man de schoenen of de kleren van het gezin of hij past op de kinderen, terwijl zijn vrouw spint.’ In 17de- en 18de-eeuws Amerika namen vaders zelfs de meeste zorgtaken op zich: ze brachten hun kroost naar school en naar de kerk, kleedden ze ’s ochtends aan en wiegden ze ’s avonds weer in slaap. Pas tijdens de industriële revolutie ontstond er een duidelijke verdeling doordat moeder thuis bleef en vader naar de fabriek ging (hoewel kinderen vanaf een jaar of 8 wel gezellig mee mochten). Wat leert dit ons? Dat ‘papadag’ dan misschienmodern lijkt, maar dat onze pre-industri.le voorouders veel moderner waren met hun meerdere papadagen. Krznaric telefonisch: ‘Zijn we bijna klaar? Ik moet zo mijn kinderen van school halen.’

3. ZWIJGEN IS ECHT GOUD
Wie na een lange dag graag op de bank ploft en het avondmaal zwijgzaam voor de tv nuttigt, hoeft zich niet langer ongemakkelijk te voelen. Wie zwijgt bevindt zich in goed gezelschap, leert De Wonderbox. ‘Praten doe je niet aan tafel maar op de piazza’, schreven middeleeuwse Italiaanse etiquettehandboeken voor. En zelfs Socrates, die normaal gesproken toch vanaf zonsopgang tot zonsondergang de bezoekers van het marktplein de oren van het hoofd kletste over liefde, recht en metafysica, liet voor het avondeten zijn vrouw in het slavinnenvertrek achter. Heel normaal in die dagen. Ook later, tussen de 14de eeuw en de industriële revolutie was het in grote delen van Europa ‘even ongewoon als gezin samen de maaltijd te gebruiken als om vlees te eten’, volgens historica Beatrice Gottlieb. Het intieme gesprek kwam trouwens pas in de 20ste eeuw op gang dankzij de uitvinding van de psychoanalyse en de zelfhulpindustrie. En dan nog. ‘Scandinaviërs zijn van mening dat je alleen spreekt wanneer je iets te zeggen hebt,’ meldt De Wonderbox. Geruststellend.

4. EEN BETER MILIEU BEGINT IN BED
Je kunt de lampen wat vaker uitdoen, de droger op nonactief zetten of minder vlees eten, maar voor wie een flinke steen wil bijdragen aan een beter milieu, heeft Krznaric goed nieuws: eenmenselijke winterslaap, het kán. 19de-eeuwse Franse boeren gingen ons voor. Om zo zuinig mogelijk met hun schaarse voedsel- en energievoorraad om te gaan, bleven de boeren in de koude, donkere wintermaanden in bed en kwamen er alleen uit om wat brood te eten, de varkens te voeren en het vuur op te stoken. De winter is nog maar net begonnen, dus grijp je kans en volg het voorbeeld van de geschiedenis.

5. NOOIT MEER WERKEN
Vind een baan die je leuk vindt en je hoeft nooit meer te werken. Ghandi schijnt het ooit gezegd te hebben, waarna z’n uitspraak werd overgenomen door ongeveer elke decaan ter wereld. Maar hoe doe je dat, werk vinden waar je gelukkig van wordt? Eeuwenlang was het niet zo’n dingetje. Je carrière werd vooral bepaald door het lot en de omstandigheden en ‘leuk’ was al helemaal geen criterium, sterker: arbeid vormde een straf voor Adams zonden, leert De Wonderbox. Nu we meer keuzevrijheid hebben, toont de geschiedenis dat langzaam je roeping ontdekken loont. Vincent van Gogh bijvoorbeeld begon jaren voor hij zijn oor afsneed als kunsthandelaar, werkte als onderwijzer in Engeland, probeerde het vervolgens als boekverkoper, studeerde daarna theologie en werkte als lekenprediker onder arme Belgische mijnwerkers. Pas toen hij merkte dat ook daar zijn hart niet lag, begon hij, eind twintig, te schilderen. Wat hij tot z’n 37ste fanatiek volhield, en stierf. Misschien geen schoolvoorbeeld van een intens gelukkige carrière, maar, om met Nietzsche te spreken: ‘Wie een waarom heeft om voor te leven verdraagt vrijwel ieder hoe.’

6. GELD IS TIJD
Al is het moeilijk voor te stellen: winkelen als werkwoord bestaat nog niet zo lang. En ‘Ik winkel, dus ik ben’, zou men in het pre-industriële Europa net zo’n absurd concept hebben gevonden als de Vegetarische Slager. Wie vroeger iets nodig had, kocht dat op de markt en ging door met z’n leven. Het echte shop till you drop-gevoel ontstond pas in de herfst van 1869 met de opening van Au Bon Marché, het eerste warenhuis ter wereld. In een imposant pand van architect Eiffel lagen de luxegoederen zomaar open en bloot uitgestald voor het toegestroomde publiek. Gezinnen maakten een dagje uit van het chique restaurant, de leeszaal en de concertzaal, en Parijse vriendinnen leerden dat een fatsoenlijk huishouden in het bezit moest zijn ‘van verschillende vorken voor vlees, vis, oesters, olijven en aardbeien’, en dat kinderen voor eventuele uitstapjes absoluut niet zonder een matrozenpakje konden. Au Bon Marché betekende het begin van marketing en consumentisme; sinds die herfst in Parijs staat kopen gelijk aan geluk. Maar daar wil Krznaric graag even een punt maken. Want, schrijft hij, bezitten wij onze spullen, of zijn het de spullen die ons bezitten? Niet geheel toevallig kwam natuurfilosoof Henry David Thoreau rond diezelfde tijd met een theorie: ‘Wat iets kost is de hoeveelheid van wat ik leven zal noemen die ervoor vereist is, hetzij direct, hetzij op den duur.’ Dat betekent dat de kosten voor een nieuw leren jack niet gelijk staan aan wat het prijskaartje vermeldt, maar aan de drie dagen die je hebt moeten werken om het te kunnen kopen. ‘Een bank kost je misschien twintig dagen, een auto driehonderd. We betalen niet met onze portemonnee maar met de kostbare dagen van ons leven.’ Dus waarom zou je blijven werken voor de aanschaf van verlangens die je sinds 1869 worden opgelegd, als je ook minder kunt gaan werken en daar échte luxe voor terugkrijgt, namelijk: vrije tijd? Vrijwilligerswerk doen, een volkstuintje nemen of muziek maken is uiteindelijke bevredigender en het levert je nog wat op ook, suggereert Krznaric. Maar eigenlijk nog leuker is zijn citaat van schrijver en bohémien Quentin Crisp: ‘Nooit proberen je stand op te houden voor de buren. Je kunt ze beter tot de jouwe verlagen. Dat is goedkoper.’

7. VIND DE ULTIEME VRIJHEID (MAAR NU ECHT)
Maar als er iets is wat ons al drieduizend jaar bindt, behalve geld, liefde en kinderen, dan is het dat verlangen naar vrijheid. Me-time. Er even helemaal tussenuit. Zijn er nog dingen die we op dat gebied van onze voorouders kunnen leren? Natuurlijk, want ook in onze hang de boel de boel te laten zijn we in drie milennia niet de eerste. Zo kunnen we volgens De Wonderbox bijvoorbeeld veel meer uit onze vakanties halen dan bruin worden aan het zwembad. Neem het voorbeeld van zenmonnik Basho (1644), die de laatste tien jaar van zijn leven wandelend op strooien sandalen door Japan trok. Daardoor beleefde hij niet alleen de bloeiende kersenbomen en het veranderende landschap heel intens, maar ook zijn blaren. En dat was ook de bedoeling, want, zoals zelfhulpboeken sindsdien zeggen: de reis was belangrijker dan de bestemming. Een kaart had Basho dan ook niet bij zich, laat staan een reisgids. Die kwamen pas zo’n tweehonderd jaar later, toen de opkomende Europese middenklasse genoeg geld begon te verdienen om gebruik te maken van de nieuw aangelegde spoorwegen. Speciaal voor hen publiceerde de Duitse uitgever Karl Baedecker de eerste reisgidsen ter wereld. Welke kerken, musea en paleizen de moeite waard waren, hoe je daar kon komen en waar je na afloop moest slapen: het stond er allemaal in, met als gevolg dat de reizende bourgeoisie bladzijde voor bladzijde de wereld afwerkte en elkaar voortdurend tegenkwam. Bovendien leerden de eerste toeristen dat basilieken en gevels interessanter zijn dan de cafés, pleintjes of de mensen die eromheen wonen; een twijfelachtige bevinding, meent Krznaric. Tip voor hun reislustige nazaten: sla volgende keer alle kerken over en wandel eens doelloos door Parijs, zonder kaart en liefst op strooien sandalen. Want wie comfort zo veel mogelijk thuis laat, maakt van z’n weekje weg gratis een spirituele reis.

Dan de allerlaatste tip, niet uit maar wel over het boek. Krznaric, aan de telefoon: ‘Het kostte ongeveer tien jaar, met al dat lezen, maar het schrijven van De Wonderbox duurde een jaar of twee. Wat me daarbij echt heeft geholpen was een app die je internetverbinding tijdelijk blokkeert, een aanrader. Hoe die app heet? Freedom.’